De egel is een solitair zoogdiertje met een vast woongebied, waarin het graag rondscharrelt op zoek naar voedsel en nestmateriaal. De egel verdedigt het gebied niet tegenover soortgenoten.
De egel is een nachtdier dat in de schemering en 's nachts actief wordt om te jagen en te eten. De levenscyclus van de egel bestaat uit vier perioden:
MAART-APRIL | Op zoek naar voedsel
Rond maart-april worden de egels wakker en dan hebben ze enorme honger. Bij het ontwaken in maart zijn de egels tot 30 à 40 % van hun lichaamsgewicht verloren. Ze gaan intensief op zoek naar water en voedsel om hun vetreserves op te bouwen. Als ze eenmaal een goede route hebben gevonden, dan lopen ze deze route wel vaker.
MEI-SEPTEMBER | Paartijd
De zomer is de paartijd van de egel. Deze periode duurt bij egels vrij lang. De eerste nesten worden geboren rond juni, de laatste nesten eind september-begin oktober.
Egeljongen worden naakt en blind geboren. Na een paar uur verschijnen er al witte stekels. Deze worden na enkele weken vervangen door de herkenbare bruine stekels. Na een week of 6 gaat de jonge egel erop uit.
De egeltjes die laat op het seizoen worden geboren, blijven de eerste winter vaak nog in het nest waar ze geboren zijn. Egeltjes uit late nesten hebben het extra moeilijk om de winter te overleven zonder geschikte schuilplaats.
SEPTEMBER-OKTOBER | Voorbereiding winterslaap
In de herfst eet de egel zich vol met alles wat hij kan vinden om een dikke speklaag te ontwikkelen. Ze eten slakken, regenwormen, paddenstoelen, vruchten en insecten.
De egel verzamelt in deze periode ook materiaal voor het winternest.
NOVEMBER-MAART | Winterslaap
Wanneer de winter aanbreekt zoekt de egel een rustig plekje op om in winterslaap te gaan. De egel slaapt niet de hele winter door. In zachte winters worden ze nog wel eens wakker om op rooftocht te gaan.

