Ben je geen Belg en wil je langer dan 3 maanden in België verblijven? Dat kan op basis van:
- werk;
- gezinshereniging;
- studies;
- voldoende bestaansmiddelen;
- medische of uitzonderlijke redenen.
Voorwaarden
De voorwaarden en documenten verschillen naargelang je verblijfsstatuut. Team burgerzaken helpt je graag verder met de juiste info.
Hoe aanvragen?
EU-burger
- Meld je binnen 3 maanden na aankomst aan bij Team burgerzaken.
- We bespreken samen:
- je verblijfsstatuut;
- de aanvraagprocedure;
- en welke documenten je moet voorleggen.
- Je hebt 3 maanden tijd om de nodige documenten aan te leveren.
- De beslissing wordt genomen door het lokaal bestuur of de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ).
- Bij een positieve beslissing kan je een verblijfskaart aanvragen.
Niet-EU-burgers
- Vraag een D-visum (lang verblijf) aan bij de Belgische ambassade of het consulaat in je thuisland.
- Meld je binnen 8 werkdagen na aankomst in België aan bij Team burgerzaken.
- In sommige gevallen mag je de aanvraag ook in België doen (bijvoorbeeld met een toeristenvisum of als je vrijgesteld bent).
- De termijn voor het indienen van documenten en de beslissing hangt af van je statuut.
- Bij een positieve beslissing kan je een verblijfskaart aanvragen.
Bekijk de lijst van de EU-lidstaten.
Wat breng je mee,
- Je identiteitskaart (eID) of paspoort.
- Andere documenten afhankelijk van je statuut, zoals:
- je arbeidscontract of arbeidskaart;
- een bewijs van zelfstandige activiteit;
- je beroepskaart;
- een bewijs van voldoende bestaansmiddelen;
- je ziekteverzekering;
- je studiegetuigschrift;
- je geboorteakte of huwelijksakte;
- je medisch attest.
Bedrag
EU-burger
- Dossier opstarten is gratis.
- Je betaalt enkel voor je verblijfskaart.
Niet-EU-burger
- In sommige gevallen betaal je een administratieve bijdrage aan de FOD Binnenlandse Zaken.
- Mogelijk betaal je ook:
- € 1,50 voor een proceduredocument (bijv. oranje kaart of attest van immatriculatie);
- de kostprijs van het visum;
- de kostprijs van de verblijfskaart.
Regelgeving
Vreemdelingenwet van 15 december 1980 en bijbehorend KB van 18 oktober 1981.
